Wat als het grootste probleem van de mensheid van dit moment - de klimaatcrisis - zou kunnen worden opgelost? Wat als de temperatuurstijging vanwege broeikasgassen niet uit de hand zal lopen, en de aarde niet onleefbaar wordt? Wat als mijn zoontje, nu anderhalf, op zijn 85e kan terugkijken op een eeuw waarin de dreiging van een massaal uitsterven van vele soorten, inclusief de onze, effectief is afgewend? Dan zijn er drie dingen gebeurd: CO2 uitstoot is radicaal teruggedrongen en het overschot van broeikasgassen is uit de lucht gehaald. Maar vooral is er een sociaal-politieke verandering opgetreden; een verandering in ons doen en denken. Ik schets die veranderingen die kunnen leiden tot het echt oplossen van het klimaatprobleem. 

De toekomst is onzeker, maar één ding is duidelijk: hij is er nu nog niet. Grote bedreigingen van ons bestaan zijn niet nieuw. Ik groeide op met de dreiging van een atoomoorlog, het gat in de ozonlaag, en met de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat bevolkingsgroei nog voor het eind van de twintigste eeuw tot enorme voedselconflicten zou leiden. Toch is de Sovjetunie zonder kernoorlog ontbonden, de ozonlaag stabiel, en heeft een gestage landbouwrevolutie ervoor gezorgd dat de wereld meer monden voedt dan we ooit voor mogelijk hielden. Successen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Maar dat doembeelden niet altijd werkelijkheid hoeven te worden heeft het verleden zeker aangetoond. 

De Dreiging

Toch is de dreiging nu groot. Heel groot. Het ecosysteem aarde, waar wij als mensen onderdeel van zijn, reageert op warmte zoals ons lichaam reageert op koorts. Eén graad en je wordt onrustig. Twee graden betekent zweten, spierpijn, bibberen, geen zin meer in eten. Met drie graden, of een lichaamstemperatuur van 40˚C krijg je hallucinaties, ijlende koortsdromen. Vier graden wordt gevaarlijk. Heb je vijf of zes graden koorts dan gaan de eiwitten in je hersenen stuk of stopt je hart. De koorts van de aarde bedraagt nu 1,2 graden, en het ziektebeeld is zeer verontrustend. Want als de koorts eenmaal boven de twee a drie graden komt is vanwege kantelpunten - zoals methaan-emissies uit ontdooiend permafrost - genezing vrijwel onmogelijk. De broeikasgassen die nu al in de lucht zitten in combinatie met ongewijzigde uitstoot leiden tot een stijging van zo'n vijf graden als Lovael, mijn zoontje, 85 is. Leven op aarde is dan nog maar zeer beperkt mogelijk. 

De Psychologie

De implicaties van de laatste twee zinnen zijn voor mij heel moeilijk te bevatten. Terwijl hij achter mij wakker wordt uit zijn middagslaap probeer ik oplossingen voor deze situatie aan te dragen. Het is niet verwonderlijk dat in het jonge vakgebied van de klimaatpsychologie een paradox is ontdekt: hoe meer mensen weten van klimaatverandering, hoe mínder ze er gemiddeld aan gaan doen. Is er een uitweg uit deze paradox? Jazeker. Bekijk klimaatverandering altijd in combinatie met oplossingen. 

Energietransitie

Wat moet er gebeuren? Fysiek, technisch gezien, is dat makkelijk: de kraan dicht en dweilen. De CO2-uitstoot terugdringen dus en het overschot uit de atmosfeer verwijderen. Driekwart van de uitstoot heeft te maken met energie, de rest heeft vooral te maken met vlees. Uitstoot van energie komt door het verbranden van fossiele brandstoffen. De alternatieven daarvoor zijn voorhanden. Het energiegebruik van de hele wereld kan makkelijk worden verzorgd door zon, wind en water. Professor Mark Jacobson van Stanford University bijvoorbeeld heeft dat overtuigend aangetoond (zie www.thesolutionsproject.org). De energietransitie versnelt exponentieel. Windparken kosten nog maar een derde van wat we nog twee jaar geleden als bodemprijs zagen. In Duitsland is wind op zee dit jaar voor het eerst goedkoper dan steenkool, en zonder subsidie. Het is slechts een kwestie van tijd voordat simpele economische voordelen van niet-fossiele energiebronnen kolen, olie en gas zullen verdringen. Dit proces kan en moet versneld worden maar is gelukkig al fors op gang. <tekst gaat door onder afbeelding>

Verwijderen van CO2

Verwijderen van overtollige broeikasgassen is ingewikkelder, vooral vanwege de benodigde schaal. Tim Flannery geeft in 'Atmosphere of Hope' en 'Sunshine and Seaweed' een goede voorzet. De hoeveelheid CO2 die tot 2100 jaarlijks uit de kringloop van atmosfeer en leven moet worden weggehaald is vergelijkbaar met 23 keer de jaarlijkse uitstoot van al het vliegverkeer, of de helft van de totale jaarlijkse menselijke uitstoot. Bomen planten kan maximaal een vijfde van de benodigde vermindering leveren. Maar er zijn meer mogelijkheden. Flannery noemt het grootschalig kweken van zeewier in de oceanen, wat naast het opnemen van CO2 nog voordelen voor onder meer soortenrijkdom heeft. Maar de belangrijkste omslag moet plaatsvinden in ons denken: van koolstofdioxide als afvalproduct naar grondstof; de atmosfeer als koolstofmijn. Er zijn in Nederland en in India fabrieken die CO2 uit de lucht omzetten in bakpoeder (natriumbicarbonaat), en in India is dat al rendabel. Ook kan CO2 worden omgezet in koolstofvezels. Die processen zijn nog niet helemaal door ontwikkeld, maar theoretisch zou een oppervlakte van 10% van de Sahara volstaan om binnen tien jaar alle overtollige CO2 vast te leggen, helemaal op zonne-energie. Er zijn verschillende ideeën om gesteenten zoals olivijn versneld te laten verweren, wat een reactie met CO2 is. Ook de oceanen bieden grote mogelijkheden; ze zijn de laatste wildernis, en kweken van zeewier of algen lijkt de enige op dit moment technisch bewezen optie die voldoende schaal kan bieden. Gezien het belang lijkt het zinnig om deze ontwikkelingen van onderzoeksgeld te voorzien. De Engelsen hebben recent tien miljoen euro onderzoeksgeld vrijgemaakt. Andere landen zouden moeten volgen. Maatschappelijke en politieke wil zijn hier cruciaal. 

CO2 aan de bron beprijzen

De uitdaging is dus om de maatschappelijke, economische en politieke kracht te vinden die het terugdringen van uitstoot en verwijderen van broeikasgassen ruim baan geeft. Hier is komende jaren het belangrijkste werk te doen. Mogelijkheden zijn er wel degelijk. Cruciaal is het benutten van de economische logica en de bestaande goed functionerende nationale en internationale markten. Een prijs op CO2 is volgens vele economen dé oplossing. De Wereldbank geeft aan dat de energietransitie de helft goedkoper kan met een goede CO2 prijs dan zonder. Het principe 'de vervuiler betaalt' kent weinig tegenstanders. En een prijs op CO2-uitstoot kan twee kanten op werken. Niet alleen wordt uitstoot duurder, maar ook oplossingen die koolstof uit de lucht halen zijn sneller rendabel. De markt is hier geen panacee, maar markten hebben al wel vele eeuwen lang hun nut bewezen in het optimaliseren van ruilprocessen. Het lijkt daarbij wel effectiever om CO2 direct aan de bron of haven te beprijzen, dan om ingewikkelde emissiehandels-systemen op te tuigen. Systemen zoals het ETS zijn vanwege hun complexiteit veel te vatbaar gebleken voor lobbydruk van gevestigde belangen. Niet voor niets is de prijs voor het uitstoten van een ton CO2 nu ongeveer vijf euro, terwijl een effectieve prijs volgens ons CPB tussen de 60 en 300 euro ligt. Er zijn dan ook directe CO2-heffingssystemen die veel meer voordelen hebben. 

Sociale transitie: Het koolstofdividend

Want welke socio-politieke veranderingen maken de noodzakelijke technische en economische ontwikkeling mogelijk? Waar het inmiddels wemelt van de technische experts op het gebied van energietransitie zijn doorwrochte socio-politieke analyses van wat er moet en kan gebeuren schaars. Er moet veel onderzoeksgeld vrijkomen en ondernemerschap in zowel schone energie als het 'mijnen' van CO2 uit de lucht moet zo veel mogelijk gestimuleerd worden. Draagvlak hiervoor onder een brede groep beslissingsmakers en een deel van het electoraat is cruciaal. Maar hoe draagvlak te genereren voor zaken die een probleem aanpakken dat zo groot is dat we er, volgens de paradox van de klimaatpsychologie, onze ogen voor sluiten? Hoe is het belang van deze groepen in lijn te brengen met het belang van toekomstige generaties? Hoe is het belang van mijn straks volwassen zoontje af te stemmen met het kortetermijnbelang van huidige machtshebbers en kiezers? 

Een koolstofdividend is een CO2 prijs die direct terug wordt gegeven aan de hele bevolking. Een heffing aan de bron (haven, gasput) wordt één op één maandelijks terugbetaald aan ieder huishouden. Een voor iedereen gelijk bedrag levert arme huishoudens relatief meer op dan rijke. Maar het is ook een liberale oplossing, want zo'n heffing met dividend is budgetneutraal - de overheid groeit niet - en burgers beslissen zelf wat ze met het extra geld doen. Producten met een grote CO2-voetafdruk worden duurder, terwijl koolstofarme producten en diensten goedkoper worden. Het prijsmechanisme zal zorgen dat de burgers wel vrijheid houden in hun keuzes, maar gemiddeld veel minder CO2-intensief zullen gaan leven. Zo'n dividend voorkomt bovendien dat de rekening voor de transitie vooral bij de onderkant van de samenleving neergelegd wordt. 

Een nieuw Deltaplan

Ook kan de manier van denken en praten over de noodzakelijke transitie worden veranderd. Een groep klimaatwetenschappers heeft recent voorgesteld om een Wet van Moore voor de energietransitie te introduceren; net zoals computers elke 18 maanden twee keer zo snel worden, moet de uitstoot van koolstofdioxide elke zoveel jaar worden gehalveerd. Die manier van denken kan effectief zijn: zeggen wat er wel moet gebeuren, in plaats van wat er nu juist níet gebeurt. Klimaatdoelen moeten in heldere beleidsvoorstellen uitgewerkt worden, niet vanuit wat er schijnbaar maatschappelijk kan - dat staat gelijk aan zelfmoord - maar vanuit wat nodig is. De Nationale Energiecommissie is zo'n voorstel. Wat nodig is, is een bestuursorgaan zoals de Deltacommissie die werd opgericht na de watersnoodramp in 1953. Een Energiecommissie met afstand van de grillen van de politiek, die een eigen mandaat heeft en eigen budget. Zo'n politiek meer onafhankelijke commissie kan aangeven wat nodig is, onderzoek aanjagen en beleidsvoorstellen neerleggen die minder het kortetermijnbelang van gevestigde partijen dienen maar die van generaties niet eens zo heel ver in de toekomst. 

Marktdenken vs Systeemdenken

Internationaal systeemdenken is een volgende socio-politieke innovatie. Europese samenwerking is natuurlijk onontbeerlijk. Maar de internationale politieke economie werkt lang niet zo simpel als de dorpsplein-markt. Multinationals zijn soms groter dan de economie van hele landen, maar ook grote bedrijven hebben bazen: hun aandeelhouders. En investeerders kijken niet alleen waar ze nu kunnen verdienen; zij kijken ook naar huidige risico's en naar de toekomst. Landen zijn dus met elkaar verknoopt in een sterk economisch internationaal systeem. Dat betekent dat als Nederland besluit om bijvoorbeeld geen nieuwe benzine auto's meer te verkopen - zoals de Tweede Kamer al eens voorstelde - dat niet betekent dat de verkoop in Duitsland en Frankrijk dan perse toeneemt. Investeerders vatten zo'n beslissing op als marktsignaal en zullen daardoor minder snel nieuwe benzinemotoren financieren. Kapitaalkosten gaan omhoog, maatschappelijke risico's groeien, en partijen in anderen landen zullen zich ook afvragen of zij de innovatie-boot niet zullen missen. Met nationaal (of Europees) beleid valt veel meer te bereiken vanuit dit systeembewustzijn dan vanuit het steeds vaker achterhaalde dorpsmarkt-economisch frame.

Aan de slag

Het debat over de benodigde socio-politieke innovatie moet hoognodig gevoerd worden. De 'Energiedialoog' en 'Nationale Klimaattop' van het ministerie van Economische Zaken zijn goede startpunten, maar er kan nog veel meer worden bereikt. De vraag wat er moet gebeuren om de klimaatcrisis de bezweren moet centraal staan. Dan komen namelijk de economische kansen vanzelf naar voren. Het alternatief is in Nederland natte voeten en een terminaal zieke wereld. We moeten ons beseffen dat wij mensen de opwarming niet alleen veroorzaken, maar ook oplossingen kunnen bieden. De technische uitdagingen gaan we daarbij graag aan, maar de politieke en maatschappelijke structuren zijn misschien nog wel belangrijker. Nederland loopt sterk achterop in het realiseren van klimaatdoelen. Alleen Luxemburg en Malta zijn nog trager in de klimaattransitie. Wij kunnen dit ombuigen door de wet van de versnellende achterstand in te roepen: vanuit de achterhoede demarreren en dan door. 

Door nu snel de transitie in te zetten kan de mentaliteit van het dijken bouwen terugkeren: samen de schouders eronder, samen aan de slag. We verdelen de lasten eerlijk door middel van een CO2-prijs met eerlijke herverdeling: een koolstofheffing en dividend. Wij omarmen de klimaatwet van Moore en stellen dat elke vijf jaar onze uitstoot gehalveerd moet worden. En wij benutten onze ligging aan zee door niet alleen grote windparken op zee te plaatsen maar ook CO2-oogst door zeewier en algen zo snel mogelijk te ontwikkelen. Wij financieren dit alles met de bijzondere schatkist die wij hebben: ons pensioengeld, één van de grootste potten van de wereld. Wij geven internationaal het voorbeeld, waardoor de can-do mentaliteit wordt overgenomen, het geloof in een stabiel klimaat groeit en de wereld nieuwe kansen zal creëren. De kosten van niets doen zijn immers veel groter dan die van nu handelen. Wat is er nu zinniger dan werken aan de oplossing van het grootste probleem ter wereld? De gevolgen voor onze kinderen laten eigenlijk maar één keuze. Maar vooral is de sociale en politieke richting belangrijk: net als in 1953 gaan we samen aan de slag.