Have something to say?
Join LinkedIn for free to participate in the conversation. When you join, you can comment and post your own discussions.
Bepaalt de school de kwaliteit van cultuureducatie?
De kwaliteit van cultuureducatie kan het best beoordeeld worden door onderwijsprofessionals, was een van de stellingen tijdens de discussiebijeenkomst over dit onderwerp.
Culturele instellingen vinden het vooral van belang dat de 'vonk' overslaat op de leerling, de 'wow-ervaring'. Maar zonder 'vonk' moeten er ook leeropbrengsten gerealiseerd worden.
Dat vraagt om een goed gesprek tussen school en instelling. Want de bijdragen van culturele instellingen moeten passen in doelen en leerplannen van het onderwijs.
Wat vinden scholen van de kwaliteit van cultuureducatie?
Zie http://piet-hagenaars.blogspot.com
Blog Piet Hagenaars piet-hagenaars.blogspot.com
Maandagmiddag gespreksleider van een discussiebijeenkomst voor genodigde culturele instellingen. Onderwerp was de kwaliteit van cultuureducatie én een kwaliteitskader om die kwaliteit te toetsen. Claudy Oomen – van Oberon - was...
Have something to say?
Join LinkedIn for free to participate in the conversation. When you join, you can comment and post your own discussions.
Michiel D., Karin V. and 4 others like this
You, Michiel D., Karin V. and 4 others like this
27 comments • Jump to most recent comments
ellen
ellen W. • Wat node gemist wordt zijn vakleerkrachten. Vooral op lagere scholen.
Marijke
Marijke E. • Als je wilt dat cultuureducatie levensvatbaar is, blijft, of moet gaat worden moet je mijns inziens aansluiten bij het curriculum van de scholen. Instellingen moeten daarom hun sterkste punten in de strijd gooien en daarmee aansluiting zoeken bij het onderwijs. De school bepaald dus indirect de kwalitieit. De vonk moet dus op de school aanwezig zijn, de culturele instellingen stoken alleen met hun expertise het vuurtje op..........
marieke
marieke H. • Docenten van huidige Culturele instellingen zouden gebaat zijn bij een bijscholing pedagogische en didaktische kennis. Dit kan een positief effect hebben op de samenwerking met de scholen. De culturele centra kijken dan verder dan het 'wow' moment en zullen ook de leeropbrengst gaan waarderen. Daarnaast kunnen deze docenten hun ervaringen ook gebruiken in de buitenschoolse cultuureducatie waar net zo goed leeropbrengsten gelden, alleen soms met een andere kwaliteit.
Marijke
Marijke E. • Dus Marieke, de scholen bepalen niet de kwaliteit van de cultuureducatie, maar de onderwijsprofessionals bij de culturele instellingen? En wat bedoel je met dat de culturele centra de leeropbrengst gaan waarderen?
marieke
marieke H. • Hoi Marijke, samenwerking tussen culturele instellingen en scholen is het belangrijkst. Als ze daarbij enigszins dezelfde taal spreken zou dat een winst zijn. Dan zouden cult. instellingen over hun schaduw van het 'wow'moment heen kunnen stappen als ze met scholen samenwerken die meer willen dan alleen dat 'wow'moment. Er zullen natuurlijk altijd scholen blijven die genoegen nemen met het 'wow' moment maar dat is niet de bedoeling van onze staatssecretaris. Die wil een stap verder en ik ook. En daarom is het zo belangrijk dat de school en de instelling dezelfde taal spreken en samen hetzelfde beeld hebben over wat zij missen als zij niet aan goed cultuuronderwijs doen. Wat dan goed cultuuronderwijs is bepalen ze samen met het curriculum in de hand.
Boudewijn
Boudewijn K. • De school moet ruimte beiden aan goede docenten die met kunde en vooral passie kunst en cultuur weten te brengen, te activeren en te last but not least te enthousiasmeren. Je zou haast spreken van een missie, zeker nu in het land waar we snel afzakken van cultuur naar volksvermaak......zeker bij de media.
De kunstdocent, coordinator of wat dan ook moet een spin in het web zijn van allerlei lijntjes naar culturele instellingen, kunstenaars en ander cultuuraanbieders.
Geen functie voor watjes, wel voor lefgozers!
Let wel de school is het laatste instrument wat hopelijk nog niet ingekapseld is in het algemeen aanvaarde consumentisme.
Gerdie
Gerdie K. • Er zijn twee dingen:
1. Kwaliteit. In de afgelopen jaren zijn (p.o.) scholen steeds meer gaan zien dat cultuureducatie kwaliteit moet hebben en dat (professionele) aanbieders iets binnen brengen dat een bijzondere ervaring bij de leerling te weeg brengt en ook nog eens geweldige resultaten kan hebben. De kwaliteit van het aanbod is toegenomen, door de scholen zelf die met de kunstenaars en andere aanbieders aan tafel zitten. Daardoor sluiten trajecten en projecten aan bij het curriculum van de school. Maar ook door de Bikkers en andere kunstenaars in de klas, door de nieuwe educatieve trajecten in musea, doordat het amateurveld verbindingen zoekt met het onderwijs etc.
2. Kader. De scholen kunnen dan wel de kwaliteit bepalen, er moet wel een algemeen kwaliteitskader komen en aangeboden worden aan de scholen, zodat de school zelf kan toetsen. Past het aangebodene bij de leeftijd van de leerling (doorlopende leerlijn). is het geen incident? Als dit kader er is kan de school op basis van het cultuureducatieplan dat ze ontwikkeld hebben, ook incidentele activiteiten binnenhalen met een WOW effect. Ik noem het liever de 'FLOW'. Dat woord pik ik van Lidwine Janssens. Het is de sleutelervaring die je je hele leven bijblijft als het gaat om een ervaring in het cultuuronderwijs.
Joey
Joey T. • Zie ook de discussie van Edwin: "De muziekles schiet er bij in trouw.nl
Veel basisscholen hebben geen tijd en geld voor goed muziekonderwijs. Aan het eind van de dag zingt de juf nog snel een liedje, maar daar heeft de leerling niets aan, zeggen cultuurorganisaties".
Dit heeft ook gevolgen voor instrumentale lessen, het instroomniveau is de afgelopen jaren alleen maar afgenomen. Afgezien dat ook het maatschappelijk draagvlak voor muziekeducatie ook verder afneemt. Nog veel duidelijker zal moeten worden geformuleerd wat de pedagogische doelen, belangen en voordelen zijn van cultuureducatie in het algemeen, met name door vakleerkrachten die kwaliteit kunnen leveren en de "vonk" kunnen overbrengen.
Alice
Alice L. • Hoi Marieke en Marijke, cultuuronderwijs moet volgens mij een vast onderdeel zijn van het leerplan van de basisschool. De groepsleerkrachten komen hier vaak niet aan toe en hebben er ook te weinig opleiding voor. Eigenlijk zouden basisscholen hiervoor vakleerkrachten moeten aannemen. Dat werkt beter dan de gastdocent van de culturele instelling. Dit is echter een kwestie van keuzes maken. De klassen iets groter of minder uren voor IB/RT of administratie? Zowel de kinderen als de groepsleerkrachten zullen ervaren dat het niet alleen het 'wow'moment is, maar dat goed cultuuronderwijs ook invloed heeft op de leerprestaties en de sfeer in de klas. Ik werk zowel als vakleerkracht muziek aan twee basisscholen, als bij een culturele instelling waarvoor ik projecten ontwikkel en ook uitvoer op heel veel basisscholen. Het verschil is dat ik op scholen waar ik in vaste dienst ben zorg voor de dagelijkse "leer"-vitaminen en dat ik als ik projecten doe op scholen zorg voor de taart bij het feest. Allebei leuk om te doen en nuttig, maar ik denk dat de dagelijkse voeding goed moet zijn en dat er op zijn tijd eens een feestje moet zijn.
Hilde
Hilde V. • Het nieuwe magazine van Kunstgebouw gaat over dit onderwerp. Zie http://www.kunstgebouw.nl/kunstgebouw/nieuws/2011/10/magazine2.php
Paul
Paul V. • Ik sluit aan bij de opmerkingen die Gerdie maakte en voeg daar het volgende aan toe. In de kunsten gaat het ook om de verbeelding, het onverwachte. Dat sluit niet altijd aan bij het curriculum, maar wel bij het stimuleren van onderzoekend gedrag. In de kern heeft het onderwijs didactische en pedagogische expertise en heeft de kunstsector / cultuursector expertise op het terrein van inhoud. Samen komen onderwijs en sectoren ergens dat de ontwikkelpotentie van kinderen en jonge mensen kan stimuleren, de verbeelding stimuleert, soms ontregelend werkt om nieuwe vergezichten te bieden. En daarom is het zo goed te zien dat het onderwijs zelf hier en daar vraagtekens zet bij consumerend gedrag.
Cees
Cees H. • Paul 's punt raakt aan de essentie van onderwijskwaliteit. Het prikkelen van de nieuwsgierigheid. Dus leer ze kijken die kinderen; dat geldt voor een tekst, maar ook voor een schilderij of object. Lees ook het nieuwste 'Cultuurplein Magazine'/ Lodewijk Ouwens; wie is in staat de vonk te laten overspringen? Het curriculum van een school is tenslotte ook maar een plan...!
ellen
ellen W. • Goed om te zien dat er meer pleiten voor vakleerkrachten. Kennis van zaken en passie. Het vergroot m.i ook het maatschappelijk draagvlak, doordat cultuureducatie niet incidenteel wordt aangeboden, of 'als er tijd voor is', maar structureel.
Femke
Femke V. • Uiteraard moeten er meer vakleerkrachten met kennis van zaken EN pedagogische kwaliteiten het werk doen. Het gekke is vaak dat er teveel "verkeerde" mensen met hun eigen artistieke zaken bezig zijn en je goed moet zoeken tussen de vele mensen die het naambordje 'educator' dragen.
Zelf ervaar ik vaak (en dat vind ik best belachelijk) dat de meeste cultuur/educatieve projecten niet eens een idee hebben van het onderwijs-curriculum.
De 'wow' ervaring waar over gesproken is een kwestie van overdracht talent.
Scholen staan vaak erg open voor iets structureels maar ik denk dat ze vaak niet de kwaliteit vinden die ze zoeken zowel inhoudelijk als financieel aantrekkelijk.
Boudewijn
Boudewijn K. • Helaas volgen scholen te slaafs de richtlijnen van het ministerie. Elk nieuw kabinet komt wel met zijn eigen box van Pandora. Je wilt toch niet elke keer het wiel uitvinden, terwijl we als k & C sectie de afgelopen deccenia al zoveel prachtigs hebben opgebouwd. Ga daar gewoon mee verder, leg je oor te luister naar degene die tegen de stroom op hebben leren roeien. Gewoon doen en je overtuiging laten doorklinken bij leerlingen: zonder kunst en cultuur heb je geen beschaving.
Zeker nu we de zegeningen van een internet hebben kunnen we via allerlei tools en programma's direct in verbinding staan met het universele kunst en cultuurgoed.
Haal die prachtige dingen binnen, gebruik ze in de les en laat leerlingen er ook mee aan de slag gaan. Ja, een enigszins andere attitude t.a.v. doceren, maar dat kun je jezelf ook aanleren. Echt, het hoeft niet meer geld te kosten, alleen een kwestie van doen.
-
- -. • Als cultuuraanbieder houd ik mij verre van de term 'educator'. In 2006/2007 heb ik bij Edu-Art de eenjarige BIK-opleiding gedaan en dan ben je in staat om als kunstenaar je projecten uit te voeren binnen het basisonderwijs. Je ben dan juist geen docent, maar wel de kunstenaar die als gast de leerlingen prikkelt, nieuwsgierig maakt en op een spoor zet. Ik beschouw mijn activiteiten als een schakel in een lange keten van cultuureducatieve projecten die leerlingen (nog) gaan meemaken. Ik denk dat ik de kinderen een basis geef, waarop ze zelf verder kunnen gaan, die verbreed zal worden door anderen die op een later moment ook een bijdrage leveren.
Het ligt een beetje aan de doelstelling en de reikwijdte van een project, maar meestal praat ik met ICC'er een en ander door. En dan bepaal je ook de ondergrens van het gewenste kwaliteitsnivo.
Femke
Femke V. • @Tim,
Fijn om te horen dat er kunstenaars/cultuuraanbieders zijn die begrijpen hoe de BIK-opleiding zou moeten worden ingezet en nadenken over de kwaliteitsnorm.
Veel te vaak doen kunstenaars gewoon iets leuks en zitten de kunstenaars voor de klas op de educatiebaantjes te azen waar ze helemaal geen opleiding voor hebben.
Docent zijn en overdracht is een heel andere expertise als de kunstenaarsprojecten voor de klas. (beide zijn nodig!) Maar al te vaak gaat het fout.
Ik vrees ook met de bezuinigingen en uitzonderingen op het gebied van cultuureducatie dat er iedereen zich ineens cultuur"educator" gaat noemen.. daar ben ik echt bang voor, dan wordt het voor educators nog moeilijker en gaat de kwaliteit van onderwijs NOG meer achteruit.
Erik
Erik B. • Tim,
Waarom zou je een BIK-opleiding volgen, als men een kunstenaar in de klas wil?
Als men een politieagent in de klas wil, dan vragen ze toch ook niet om een PIK-diploma?
Femke
Femke V. • helemaal waar!